De zin en onzin van de GVA

De Gedragsverklaring Aanbesteden (GVA) is een belangrijk bewijsstuk voor aanbestedende diensten dat door ondernemers tijdig moet worden aangevraagd (gelukkig kan dit tegenwoordig heel gemakkelijk digitaal). Het is een van de weinige bewijsstukken die altijd worden gevraagd. Je zou verwachten dat zo’n belangrijk document daadwerkelijk een verschil maakt tussen ondernemers die wel en niet in aanmerking komen om op overheidsopdrachten in te schrijven.

De praktijk lijkt dit op het eerste gezicht niet te ondersteunen. Uit het jaarverslag 2016 van Justis blijkt dat van de 8047 aanvragen er 7966 GVA’s zijn afgegeven en (let wel!) 0 aanvragen zijn geweigerd. En in 2015 zijn er van de 5905 aanvragen slechts 6 geweigerd, wat neer komt om 0,1%. Wij vinden dit bijzonder opvallend. Aanvragen van de GVA worden dus nauwelijks geweigerd. Zijn alle ondernemers die op aanbestedingen inschrijven dan van absoluut onbesproken gedrag (of dan in ieder geval over de afgelopen 3-5 jaar)?

Heel eerlijk? Wij geloven het niet. Al was het maar omdat we uit de praktijk heus wel voorbeelden kennen van ondernemingen die niet altijd keurig overal aan hebben voldaan, maar wél een GVA kregen. Is de GVA dan een wassen neus? Q Core vroeg zich af: waar wordt nu eigenlijk precies op getoetst door Justis en wat is nog de waarde van een GVA als iedereen hem gewoon krijgt?

Bewijsstuk

De GVA dient als bewijsstuk bij het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA). Op het UEA verklaart de inschrijvende onderneming zelf dat de verplichte uitsluitingsgronden – “Gronden die verband houden met strafrechtelijke veroordelingen” – niet op hem van toepassing zijn. De verplichte uitsluitingsgronden zijn:

  1. Deelneming aan een criminele organisatie
  2. Omkoping
  3. Fraude
  4. Terroristische misdrijven of strafbare feiten i.v.m. terroristische activiteiten
  5. Witwassen van geld of financiering van terrorisme
  6. Kinderarbeid en andere vormen van mensenhandel

Namens de Minister van Justitie en Veiligheid controleert Justis of GVA-aanvragers zijn veroordeeld voor deze uitsluitingsgronden. Daarnaast wordt er ook gekeken of er relevante veroordelingen/beschikkingen zijn tegen de aanvrager 1) wegens misdrijven opgenomen in het Wetboek van Strafrecht; 2) wegens misdrijven opgenomen in de Wet op de economische delicten; 3) bij algemene maatregel van bestuur aangewezen andere misdrijven; en 4) op grond van artikel 56 van de Mededingingswet.

Hiervoor wordt het Justitieel Documentatie Systeem geraadpleegd en wordt nagegaan of sprake is van relevante beschikkingen van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en de Europese Commissie.

Economisch delict

Er wordt dus ook gecontroleerd op dingen die geen uitsluitingsgrond voor de aanbesteding zijn. Zo kan ook zoiets ‘simpels’ als het niet deponeren van de jaarrekening bij de Kamer van Koophandel worden gezien als een economisch delict. Dit kan resulteren in een boete en een strafblad. Wanneer een onderneming op basis hiervan een boete krijgt (en in totaal voor meer dan €35.000,- aan boetes open heeft staan) en een strafblad krijgt opgelegd, kan dit gevolgen hebben voor situaties waar de betrouwbaarheid van de onderneming wordt beoordeeld. De kans dat je op zo’n moment een GVA krijgt is heel klein.

Wassen neus?

Hoe kan het nou dat er, ondanks de kennelijk best wel grote range van overtredingen waarop gecontroleerd wordt, nauwelijks GVA-aanvragen worden geweigerd? Is het dan echt een wassen neus of zit het toch genuanceerder in elkaar?

Om te beginnen zijn de verplichte uitsluitingsgronden waarop gecontroleerd wordt ernstige zaken. Iemand wordt niet zomaar veroordeeld voor deelneming aan een criminele organisatie of terroristische misdrijven. Je kunt je afvragen of iemand die hiervoor veroordeeld is überhaupt nog een GVA gaat aanvragen.

Daarbij, er moet wel een straf zijn opgelegd door een rechter. Voordat je bijvoorbeeld die boete en dat strafblad krijgt op basis van het niet deponeren van je jaarrekening moet de KvK wel eerst een proces verbaal naar het Openbaar Ministerie sturen, die er vervolgens ook nog een zaak van moeten maken. Daarna is het bovendien nog de vraag of de rechter oplegging van een straf passend vindt. Zolang de rechter geen onherroepelijke veroordeling heeft uitgesproken, ben je slechts verdacht. Bovendien is een boete voor het niet deponeren van de jaarrekening maximaal €19.500,-. Om niet meer in aanmerking te komen voor de GVA moet er minstens voor €35.000,- aan boetes open staan.

Wat uiteraard ook nog kan is dat een ondernemer wel veroordeeld is, maar voor een heel ander soort delict dan waarop gecontroleerd wordt voor de GVA. Dan heeft het geen gevolgen voor de integriteit van de ondernemer, en wordt de GVA gewoon afgegeven. Zo zal een overtreding van Flora en Faunawet weinig effect hebben op het wel of niet verkrijgen van de GVA.

Helemaal onzinnig is de GVA niet. Het is immers niet de bedoeling dat ondernemingen waarvan bekend is dat ze zich met corrupte zaken bezig houden zomaar overheidsopdrachten binnen kunnen halen. En het is ook niet zo dat je na elke willekeurige veroordeling geen GVA meer kunt krijgen.

Zorgen

Tegelijkertijd is de ervaring dat de GVA voor hoofdpijn zorgt bij ondernemers. Ten eerste kost het aanvragen van de GVA minimaal €75,- voor elke inschrijver. Dit is een zware economische last. Ten tweede is de officiële termijn voor het aanvragen nog steeds 8 weken. Je moet dus vroeg beginnen met aanvragen om zeker te zijn dat hij er op tijd is, want als je hem niet op tijd kunt overleggen naar de aanbestedende dienst wordt je uitgesloten. Dit levert veel zorgen op.

Is het het dan waard om voor (bij wijze van spreken) 3 terroristen álle ondernemers een GVA aan te laten vragen? Want ondernemers moeten hem in verband met de 8 weken termijn eigenlijk al aanvragen zonder dat ze weten of ze de opdracht gegund krijgen. Is het dus wel verdedigbaar of proportioneel om daar zo’n harde uitsluitingseis van te maken, als aanbestedende diensten er in 99,9% van de gevallen gewoon vanuit kunnen gaan dat ondernemers de GVA ‘verdienen’. Moet het zo’n dealbreker zijn, terwijl het puur om administratie gaat?

Er zijn tegenwoordig al aanbestedende diensten die de mogelijkheid bieden om na voorlopige gunning binnen X aantal dagen een bewijs van aanvraag aan te leveren. Hoewel de GVA zelf uiteraard een voorwaarde voor definitieve gunning blijft, neemt dit voor ondernemers een aanzienlijk deel van de administratieve last en zorgen weg. Wij zijn voorstander!