Verbetering van de aanbestedingspraktijk in Europa

De professionaliteit van de aanbestedingspraktijk is een hot topic. Niet alleen in Nederland, maar ook in Europa, zo blijkt uit een bericht aan de Kamer van minister Zijlstra van Economische Zaken naar aanleiding  van een voorstel van de Europese Commissie voor het verbeteren van de aanbestedingspraktijk in Europa.

In het stuk geeft het kabinet bij monde van de minister een reactie op een aantal stellingen en suggesties van de Commissie over waar verbetering nodig is, en aanbevelingen hoe dit te bereiken.

Uiteindelijk neemt het kabinet geen van de aanbevelingen over.

Hieronder zetten we enkele van de belangrijkste aanbevelingen op een rij, met de reactie van het kabinet. Daarbij geven we een korte achtergrond van de bestaande programma’s in Nederland voor het ondersteunen van de professionaliteit / professionalisering van het aanbesteden. Van hieruit geven we tenslotte een korte reflectie op de reactie van het kabinet op de voorstellen van de Europese Commissie.

Aanbevelingen Europese Commissie

Volgens de Europese Commissie zouden de lidstaten overheidsopdrachten op een meer strategische wijze kunnen inzetten om meer waar voor hun geld te krijgen en meer bijdragen aan een innovatieve, duurzame, inclusieve, concurrerende economie. Hiertoe stelt de Commissie een breed opgezet samenwerkingspartnerschap voor met overheden op verschillende niveaus en ondernemers.

De Commissie identificeert een aantal gebieden waarbinnen concrete acties moeten leiden tot het genoemde resultaat:

  • Overheden moeten vaker op een strategische manier gebruik maken van overheidsopdrachten om in te spelen op maatschappelijke, ecologische en economische doelstellingen.
  • De beperkte professionaliteit van overheidsinkopers is een systematisch probleem in veel lidstaten.
  • Het percentage opdrachten dat door het MKB wordt gewonnen moet in overeenstemming worden gebracht met hun economisch gewicht.
  • Er moeten betere en toegankelijkere gegevens over overheidsopdrachten beschikbaar worden gesteld.
  • Digitale technologieën moeten grote mogelijkheden bieden om de procedure te vereenvoudigen en stroomlijnen.

De EC doet naar aanleiding van deze constateringen een reeks aanbevelingen, waaronder:

  • Lidstaten moeten zorgen voor de ontwikkeling en uitvoering van lange termijn strategieën voor professionalisering van overheidsopdrachten en aanbestedende diensten aanmoedigen en ondersteunen bij de uitvoering hiervan.
  • Lidstaten moeten minimumvaardigheden en competenties vaststellen waarin aanbestedingsprofessionals moeten worden opgeleid, en waarover zij moeten beschikken. Daarbij moeten passende opleidingsprogramma’s en specifiek op aanbestedingsgerelateerde functies gerichte regelingen worden ontwikkeld.
  • Lidstaten moeten ondersteuning bieden voor de ontwikkeling en ingebruikname van toegankelijke IT-instrumenten waarmee de werking van aanbestedingssystemen kan worden vereenvoudigd en verbeterd.
Reactie kabinet

Het kabinet erkent het belang van een diepere en eerlijke interne markt en (als onderdeel daarvan) een goed functionerende aanbestedingspraktijk. Hierin worden onder andere de trajecten ‘Beter aanbesteden’ en ‘Maatschappelijk Verantwoord Inkopen’ en de expertise- en kenniscentra PIANOo en Europa Decentraal genoemd als zaken die een belangrijke rol spelen in het professionaliseren van de inkoop- en aanbestedingspraktijk.

Over het algemeen is Nederland tevreden over de strategie die de EC heeft gepresenteerd ,maar gaat niet mee in de aanbevelingen. Zo heeft het kabinet zijn vraagtekens bij de door de Commissie geschetste aanpak. Hoewel ze wel voorstander is van gesprek en kennisuitwisseling over aanbesteden, wil het kabinet benadrukken dat de invulling van overheidsopdrachten in de lidstaten een nationale aangelegenheid is. Nederland is daarom geen voorstander van het ontwikkelen van dwingende Europese voorschriften. Daarnaast zet het kabinet vraagtekens bij het doel om gunning van het percentage overheidsopdrachten in lijn te brengen met het economisch gewicht. Of een opdracht daadwerkelijk aan een ondernemen in het MKB wordt gegund dient immers af te hangen van de kwaliteit van de inschrijving, niet van de grootte van de onderneming.

Verder is het kabinet van mening dat elke lidstaat zelf moet kunnen bepalen of en hoe zij beleid voert over de professionalisering van overheidsopdrachten. In dit kader staan ze ook afwijzend tegenover de aanbeveling voor minimumvaardigheden en competenties voor aanbestedingsprofessionals. Het is wel belangrijk dat overheidsinkopers goede vaardigheden en competenties hebben, maar hiervoor is er op Rijksniveau al een opleidingsprogramma.

Achtergronden

In de reactie van het kabinet worden verschillende programma’s en middelen genoemd die de Nederlandse overheid al heeft getroffen. Maar wat houden deze programma’s precies in?

Evaluatie Aw2012 en Programma Beter Aanbesteden

Tot de doelen voor de Aanbestedingswet 2012 behoorden onder meer om de toegang van het MKB tot opdrachten te vergroten, de aanbestedingspraktijk te uniformeren, naleving van de aanbestedingsregels te verbeteren en verdere professionalisering te ondersteunen en stimuleren.

In juli 2015 zijn de uitkomsten van een [evaluatie] van Aw2012 gedeeld. Een conclusie was dat veel van de problemen rondom het aanbesteden niet zozeer in de wet zelf zaten, maar met name in de toepassing van de regels; en dat aanbestedende diensten het toepassen van EMVI als lastig ervoeren. Met als voorgestelde maatregelen o.a.: meer aandacht voor beter aanbesteden om de kwaliteit van het aanbesteden te verhogen en onderzoek naar de inzet van nieuwe instrumenten als concentratie van aanbestedingskennis in de regio’s en het opzetten van expertpools.

Naar aanleiding van deze evaluatie heeft Minister Kamp in 2016 het programma Beter Aanbesteden opgestart. Het uitgangspunt van het programma is dat (regionale) partijen zelf, bijgestaan door de aangewezen “aanjager”, gezamenlijke afspraken maken over beter aanbesteden en de verantwoordelijkheid dragen hierin. Dan zou dit onder meer moeten gaan over tegengaan van corruptie, verbeteren van kennis en aandacht voor het beroep van de inkoper. Deze afspraken worden vastgelegd in een akkoord waarin iedere partij binnen zijn eigen verantwoordelijkheid stappen zet. Parallel hieraan loopt nog het traject Maatschappelijk Verantwoord Inkopen, wat handvatten geeft voor aanbestedende diensten om invulling te geven aan “MVI”, wat wil zeggen het bij de inkoop van diensten en goederen in alle fasen van het inkoopproces rekening houden met sociale, ecologische en economische factoren.

 PIANOo en Europa Decentraal

PIANOo is het Expertisecentrum Aanbesteden van het Ministerie van Economische Zaken. PIANOo is in 2005 opgericht, met als taak het aanbesteden bij alle overheden te professionaliseren. PIANOo heeft een website en vragenloket voor informatie over (regelgeving omtrent) aanbestedingen en organiseert webinars en bijeenkomsten. PIANOo valt sinds 1 januari 2017 onder de directie Nationale Programma’s van RVO. Opvallend: uit de Rijksbegroting 2017 blijkt dat het gezamenlijke budget voor PIANOo en TenderNed in 2019 wordt gehalveerd.

Europa Decentraal is het bredere kenniscentrum voor Europees recht en beleid van en voor (semi) overheidsorganisaties. In 2002 opgericht, en nog altijd gefinancierd, door o.a. het ministerie van BZK en VNG, vervult het zijn functie door middel van de website, publicaties en bijeenkomsten en gratis informatie en advies voor alle medewerkers van overheden.

Reflectie

De afwijzende houding van het kabinet ten opzichte van de voorstellen van de EC is te begrijpen vanuit een weerstand tegen teveel Europese bemoeienis. Maar we vinden het wel opvallend dat het kabinet daarbij zo nadrukkelijk teruggrijpt naar de bestaande programma’s, en in de aanbevelingen van de EC verder ook weinig aanknopingspunten lijkt te zien voor een meer positieve/inhoudelijke discussie over de Nederlandse situatie.

Temeer omdat er wel degelijk pijnpunten zijn waarvan niet duidelijk is of en hoe ze met de huidige programma’s worden opgelost. Zo verwijst het kabinet bij de aanbevelingen over personeelsbeheer naar het bestaande opleidingsprogramma voor Rijksinkopers. Maar in mei van dit jaar nog bleek uit het Verantwoordingsonderzoek van de Algemener Rekenkamer dat de ministeries grote moeite hebben om voldoende inkoopdeskundigheid in huis te halen en te houden, en dat de verwachting is dat de schaarste van expertise op dit gebied de komende jaren alleen maar zal toenemen.

Ook betekent het feit dat de Rijksoverheid het beleid op lokaal niveau niet kan bepalen, niet dat de centrale overheid geen (verdergaande) ondersteuning, in de vorm van een gemeenschappelijk kader of advies, kan bieden. Het is de vraag in hoeverre een decentraal programma gericht op kennisuitwisseling als Beter Aanbesteden echt een structurele verbetering zal opleveren in de professionaliteit van het inkopen. Platforms voor kennisdeling en informatie-uitwisseling zijn er immers ook al jaren (en hier wordt op centraal niveau nu zelfs flink op bezuinigd). Maar de toekomst zal het uitwijzen.

Meer informatie over de aanbestedingspraktijk? Neem gerust contact op.